zaterdag 7 mei 2011

Uit de jas (deel twee)


Het was me het dagje wel....
Vandaag moesten de schapen er aan geloven.
Twaalf exemplaren van ons en drie van de buren.

Het weer had wel iets minder warm gekund, maar dat hebben we niet in de hand.
Maar we hebben nog meer niet echt onder controle.
De weerspannigheid van de Wensleydale's bijvoorbeeld.
Op dit soort dagen denk ik altijd "ik verkoop ze", maar als ze dan weer geschoren zijn en lekker fris rondlopen op de wei met hun lammeren, tja dan is het ook wel weer goed.

Kees O. ( de scheerder) kwam rond een uur of half vijf.
Hij had er al een hele dag scheren opzitten.
Twee schone overalls, twee paar laarzen, de benodigde scheerapparatuur en kilometers snoeren op haspels, kwamen uit zijn auto.
Tja Kees pakt het altijd grondig aan!

Gelukkig was mijn pa er ook. Hij kon een handje helpen en dat was fijn.
We begonnen met de drie Ryelands van de buren.
Het was een fluitje van een cent om ze in hun opvanghokje te manouvreren.
Hup een beetje biks in hun voergoot en ze tuinden er zo in.
De Ryelands wisten nog niet wat er ging komen.
Maar er moet een eerste keer zijn voor alles, dus ook voor het scheren.
Wat kunnen drie kleine schapen een herrie maken!
Kees parkeerde schaap nummer één na het scheren, weer in het opvanghokje en mijn pa deed het hekje dicht.
Pats, daar hing pa aan 220 volt!
Ach dat zet je weer even op scherp en mijn pa kan erg veel hebben!
Met de opmerking "het schijnt goed te zijn tegen de reumatiek" vervolgden we de klus.
Ik voel me altijd een beetje voor spek en bonen er bij staan.
Ik geef wat aan, stop wol in een zak en geeft aanwijzingen over de gewenste coiffure van de schapen.
Bij de Ryelands moest dat kort, geen wol meer op de kop.
Dit schaapje heeft zo veel wol, dat ze nu niets meer zagen.
Na de scheerbeurt liepen ze wat onwennig tegen elkaar aan te bokken.
Maar na een halfuurtje waren ze blij dat ze verlost waren van die berg wol.
Het was per schaap dan ook een dikke vuilniszak vol en dan moesten we ook nog proppen!

Kees en pa verplaatsten de scheerbenodigdheden en gingen aan de slag in de deel.
De andere schapen waren nu aan de beurt.
Kees had inmiddels een ander overall aangetrokken en een schoon paar laarzen.
Je hebt namelijk zo een besmetting van ik weet niet wat van het ene koppel naar het andere.
Voorkomen is beter dan genezen!

Cato, Beatrix, Betty, Belle en Bonnie waren aan de beurt.
Betty en Bonnie zijn dit jaar helaas "leeg" gebleken, geen lammetjes.
Cato, Beatrix en Belle hebben wel lammetjes en de liepen blérend door het eerste gedeelte van de stal te roepen om hun moeders.
De mama's zien er na de scheerbeurt ook opeens heel anders uit.
Help, wie is mijn moeder.....

Na het eten zijn we verder gegaan.
De ooien uit de kleuterstal waren aan de beurt.
Shit, Jorien heeft een ontstoken uier!!!
Dus bellen met de dierenarts, hij zou wat klaar leggen.
Langskomen ho maar. Zo langzamerhand wordt ik de dierenartsen een beetje beu.
Vette rekeningen, maar adequate zorg is ver te zoeken.
Ik had liever dat de dierenarts langs was gekomen, nu moeten we het zelf maar oplossen met de medicatie.
Wat veel naarder is, dat Jorien nu niet meer ingezet kan worden voor de fokkerij.
Als we heel veel land zouden hebben, dan zouden we haar aan kunnen houden om haar te laten genieten van een oude dag.
Maar die hoeveelheid land hebben we niet...
Jorien wacht dus een rit naar het slachthuis.
Of er moet zich iemand melden die haar een fijne plek kan bieden.
We hebben wel weer wat geleerd.
We gaan volgend jaar toch eens denken over winterscheren, oftewel scheren voor het aflammeren. Dan hebben we goed zicht op de uier. Nu is dat onmogelijk en Wensleydale's zijn nu eenmaal schapen die je niet zo maar dagelijks kunt inspecteren. Ze zijn te gestresst!

Toen kwam de grootste uitdaging!
De vier schapen die nog op het land liepen.
Twee castraten, een ram en een niet gedekte jaarlinge.
De geschoren ooien vanuit de deel met hun lammeren, stonden inmiddels buiten op een groene wei.
De vier achterblijvers hadden we keurig opgevangen in de opvangpen.
We prezen onszelf alweer gelukkig.
Dat was goed gegaan. Ja dat dachten we! Met een welgemikte kopstoot besloot Sikke één van de gecastreerde rammen dat hij naar de andere kant van de wei wilde.
Het landhek van gegalvaniseerd ijzerwerk, kopte hij met één welgemikte stoot omver.
Binnen de korste keren stonden de vier nog ongeschoren dieren tussen de kale dames en hun lammeren.
Kees vloekt en tiert nooit, maar nu wel!
Gelukkig waren de dieren zo gefixeerd op de brokjes dat ze redelijk eenvoudig weer te vangen waren...

De laatste vier dieren werden ook geschoren.
Het zweet gutste Kees van het hele lichaam...
Ik heb nog nooit iemand zo zien zweten.
Het druipt van zijn gezicht en zijn lijf.
De wei heeft dus een extra sproeibeurt gehad, want Kees lijkt wel een sectorsproeier!
Twee liter water verder, waren alle dieren ontdaan van de wol.
Gelukkig had Kees ook een setje schone kleding bij zich, want hij was tot op de onderboks toe nat.

Op Jorien na, staan alle dieren nu buiten.
Mijn zorg is nu Jorien en haar uier.
Want haar oordeel ligt weliswaar klaar, ze moet wel eerst beter worden.
Ze mag nog een paar maanden genieten van het leven. En die maanden moeten fijn zijn.
Als iemand trouwens een fijne plek heeft voor Jorien, dan mag hij of zij zich melden!

Morgen maak ik een begin met het uitzoeken van de wol.
Vijftien zakken boordevol met krullen en vacht.
Het wordt weer een warme en intensieve dag!

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen